Nauwelijks uitgeslapen van een avond noorderlicht, reden we zaterdag 9 februari naar Buren. Vorig jaar was de skitocht naar die berg een enorm succes en met de dikke laag sneeuw vermoedden we dat dat deze keer weer zou kunnen lukken.
Het weer zat in ieder geval mee. Het was weliswaar koud, maar de lucht was maar licht bewolkt, waardoor we bijna de hele tocht mooi in de zon konden lopen. De eerste paar honderd meters zijn bij Buren wat lastig, omdat je vanaf de weg heel snel stijgt, tussen bomen en beekjes door, maar zodra je daar doorheen bent, kun je bijna een kilometer met een kleine stijging doorlopen, tot de beklimming van Skålhammaren. Dit deel van de berg wordt vaak geranseld door de wind, waardoor de sneeuw er compact tot ijs wordt. In combinatie met de hellingsgraad, betekent dat dat daar de crampons aan de ski's moeten en er een stuk omhoog gezigzagd moet worden. Het is niet ons favoriete stuk, maar parallel aan deze klim (tot ca 370 m), is een mooi stuk helling te zien voor op de terugweg. Het mag eigenlijk geen couloir genoemd worden, omdat het te breed is, maar het is in ieder geval een bedding van een beek met een helling tot 40 graden. Alleen te doen als het lawineniveau laag is, maar dat geldt eigenlijk voor de hele berg.
Na dit stuk buffelen hielden we een noordelijke richting aan, ver van waar de route naar beneden is. Die is namelijk te steil om prettig naar boven te gaan. Met de noordelijke route hoefden we nog maar een paar keer te zigzaggen en een paar stukken te traverseren tot we vijftig meter onder de top op de rug van de berg belandden. Daar begint een akelig stuk traverseren, langs rotsen aan de rechterkant en een helling van 40-45 graden aan de linkerkant, waar je dalski de neiging heeft weg te glijden.
Vorige keer stopten we twintig meter onder de echte top, om op de bergrug thee te drinken. Nu trokken we door, weer langs rotsen, waar de sneeuw gevaarlijk glad was en we nog een paar kickturns moesten maken ook. Een paar angstige momenten later waren we op de top en hadden we een schitterend uitzicht.
Na een korte theepauze maakten we ons klaar om naar beneden te gaan. Niet terug over de bergrug, maar recht naar beneden. De eerste tweehonderd hoogtemeters waren verschrikkelijk steil, maar prachtig. Hierna kwamen we terecht op een minder steil deel waar we zelfs een stuk konden carven. Met een glimlach van oor tot oor stopten we vlak voor het 'couloirtje' en we waren niet de enigen. Een Noors stel kwam even uitgelaten naar beneden gezeild. Met kennelijk gemak vlogen we door het couloirtje heen, waarna we tien minuten later alweer bij de auto stonden.













