De verjaardagen met de ronde getallen pleegt men iets uitbundiger te vieren dan de andere. Vanaf je tiende verjaardag ben je tiener. Het moment waarop je stopt je leeftijd in halve jaren te benoemen. Je ouders vieren dat het tot dat moment goed gegaan is, maar vrezen tegelijkertijd het sociopathische monster dat ze de komende jaren in huis moeten dulden. Je twintigste vier je met het grootste aantal vrienden dat je ooit zult hebben. En zodra je dertig bent, zou je gesetteld moeten zijn. Het is de leeftijd waarbij je voor het eerst instemmend knikt als men in de krant de revival van twee decennia terug signaleert (nineties FTW!). Je zit midden in de periode die de snelweg van het leven wordt genoemd.
Een deprimerende metafoor als je in Nederland woont: in de file staan op een vijfbaans 130-weg. En gezien de afwezigheid van elke weg breder dan twee auto's (al dan niet gescheiden door witte strepen) een wezensvreemde metafoor in Noord-Noorwegen.
In de zomer hadden we een prachtige tocht naar Durmålstinden gedaan. Sowieso is Kattfjordeidet altijd mooi, maar deze berg had iets ruws. Weinig bomen, al op geringe hoogte alleen mos en behoorlijk steil. Op een hoogte van vijfhonderd meter moet een rivier overgestoken worden en begint een beklimming van vierhonderd meter over grote rotsblokken op een smalle bergrug.
We verwachtten toen al dat de berg een flinke uitdaging in de winter zou zijn. En dat was ´ie ook. Onder een bijna pruisisch blauwe lucht en met een aangename temperatuur van een paar graden boven nul reden we naar Kattfjordeidet. Het leek wel of half Tromsø op topptur was, zoveel auto's stonden er langs de weg. Ook het parkeerplaatsje aan de voet van Durmålstinden/Tverrfjellet was bezet, zodat we een kilometer terug moesten rijden om daar de auto te kunnen dubbelparkeren.
Hoewel we op bijna alle bergen groepjes mensen zagen picnicken, sleetje rijden en skiën, waren er naar Durmålstinden geen sporen te bekennen. Zelf de route bepalen en sporen trekken dus. Een stuk zwaarder dan een spoor volgen, maar je beweegt je wel door maagdelijk terrein. Zoals verwacht begon het steile terrein al vlot, zodat we zigzaggend door de diepe sneeuw omhoog moesten. Op het eerste plateau, vanwaar een goed uitzicht is op de finale beklimming, pauzeerden we kort om een broodje te eten en de route te bepalen. Het was van daar af goed te zien dat aan de zuidoostkant van de bergrug een balkon van corniches, waar ik altijd graag bij uit de buurt blijf, hing.

Na de pauze daalden we iets af, staken we de rivier over en begonnen aan de bergrug. Zoals verwacht was het eerste stuk geen probleem, maar rond 700 meter werd het lastiger. Iets lager was ons duidelijk geworden dat de wind daar de bovenlaag geërodeerd had, terwijl iets hoger juist een flinke laag losse sneeuw lag. Die windgedporteerde sneeuw was absoluut niet gehecht, waardoor we tegen twee problemen aanliepen. Ten eerste konden we niet meer recht omhoog, maar zouden we, met weinig grip, moeten zigzaggen. Dat zou niet direct een probleem hoeven zijn, als het niet zo verrekte smal was daar. We moesten tussen de zuidoost-rand en een rotsformatie door (twee meter breed), waarbij we dus gevaarlijk dicht in de buurt van de corniches terecht zouden komen (daar doorheen zakken betekent een val van vierhonderd meter). Het tweede probleem was de mogelijkheid van een lawine. Door de convexiteit van de bergrug (zuidoost-noordwest), zou een lawine (niet via onze route naar beneden, maar naar het noordwesten) makkelijk kunnen ontstaan op de plek waar wij net waren. Op 717 meter moesten we het dus opgeven. In de schaduw van de top, moesten we ons klaar maken voor de tocht terug.
Gelukkig was dat een van de mooiste afdalingen die we ooit gedaan hebben. Onderaan de bergrug (500 m) moesten de vellen weer op om de vallei over te steken. Op een hogergelegen punt was het weer tijd om te pauzeren. Nu met kaarsjes (die mijn moeder had verscheept) en skitoerresistent gebak.
Na nog wat foto's pakten we de laatste helling. Zalige poeder om bochtenkettinkjes in te maken. Eenmaal beneden moesten we helaas nog een een kilometer terug op de vellen. Toen we bij de auto onze spullen aan het inpakken waren, zagen we aan de overkant (op de berg Straumsaksla) een groepje skiërs van een hele steile helling afkomen. Vol bewondering keken we toe hoe een van hen het onderste stuk van ca 400 hoogtemeters in slechts één minuut en en exact acht flauwe bochtjes deed, waarop Eelke beloofde dat dat onze volgende tocht moest worden. Ze zou hier overigens drie dagen later gelijk in krijgen.
![]() |
| Bochtenketting |
Dank voor alle verjaarswensen!
















