dinsdag 24 april 2012

Avondtocht naar Straumsaksla (784 m.)

Het mag hier in de winter wel heel donker zijn, maar vanaf het moment dat de zon weer boven de horizon komt, groeit het aantal uren zonlicht snel. Zo snel zelfs, dat de zon vorige week woensdag om half vijf 's ochtends al opkwam en om negen uur 's avonds pas weer onderging. Voor de skiërs onder ons is dit een heerlijke tijd. De wegen zijn nu sneeuwvrij, maar de bergen zijn dat allerminst! 

Deze lentesneeuw is een fenomeen op zichzelf. De toplaag bevriest 's nachts, maar ontdooit licht overdag, waardoor de sneeuw misschien het best omschreven kan worden als zwaardere poedersneeuw. Het voordeel hiervan is ook nog dat het stabiele sneeuw vormt, waardoor steilere hellingen zonder teveel gevaar genomen kunnen worden. Vandaar dat we vorige week dinsdagavond de berg zijn gaan doen die Eelke tijdens onze Durmålstinden-tocht zo interessant vond.

Rond zes uur haalden we Paul op en vertrokken we naar Kattfjordeidet, het lokale toerskiparadijs, waar onder andere Tverrfjellet, Durmålstinden, Skitntinden en Storsteinnestinden liggen. Om kwart voor zeven stonden we op de ski's en toerden we zigzaggend omhoog. Kort door de bocht kan gezegd worden dat het omhooglopen in dit geval niet erg boeiend was. De berg zelf heeft geen heel markante eigenschappen, of gevarieerd uitzicht, zoals dat bij andere bergen vaak wel zo is. Daarbij was de route ook nogal rechttoe-rechtaan. Maar het ging ons dit keer ook niet om de weg naar boven.


 

Zonder pauze scheurden we in een uur en veertig minuten naar de top. Op de vlakte net voor de top ontstond zelfs nog een 'rando race' tussen Eelke en mij, wat er ongetwijfeld erg bijzonder en weinig charmant uit moet hebben gezien. Eenmaal bij de top hadden we een schitterend uitzicht op Kattfjordeidet (Middagstinden t/m Storsteinnestinden) aan de noordkant en de dramatische rotspartij die de noordwand van Lille Blåmannen vormt aan de zuidkant. De ondergaande zon schoof over Djæveltanna (Duivelstand) om uiteindelijk te verdwijnen achter Storsteinnestinden.

 

Zulks had zo zijn effect op onze psychische gesteldheid: toen de koppen thee leeggedronken waren en de chocolade-en-marsepeinen eieren opgegeten, beseften we dat we hele verhandelingen hadden gehouden over de mogelijkheid van rode olifanten en schoolbussen op de berg. Het was dus hoog tijd om naar beneden te skiën. Helaas vertrokken we, hopend op steile afdalingen, teveel naar noordelijke richting, waardoor we een paar lange stukken meer naar het westen moesten traverseren. Totdat we realiseerden dat de helling waar we al traverserend terecht kwamen wel heel steil was en moeilijk te nemen door rotspartijen die her en der uit de sneeuw staken. Op die steile helling moesten we dus een paar meter achteruit schuifelen om recht naar beneden te kunnen. Achteraf bleek de helling die we genomen hadden over honderd hoogtemeters 40 graden was steil was. Behoorlijk steil voor een stel amateurs, maar we hebben het er zonder kleerscheuren afgebracht.


Na nog een stuk traverseren en wederom een steil stuk, maar dan tussen de bomen door, kwamen we bij de auto aan. Honderd minuten omhoog, twintig naar beneden; een mooie, behapbare avondtocht.