woensdag 27 april 2011

Topptur til Gråtinden (871 m)

Hoewel het precies op het moment dat ik dit tik licht sneeuwt, is het duidelijk dat ook in Tromsø de lente gearriveerd is. Of beter gezegd; de winter is zich langzaam aan het terugtrekken. Straten zijn al een week of twee sneeuw-en ijsvrij, het is vaker boven nul dan eronder en als je over het eiland loopt zie je plekken groen tussen al het wit verschijnen.

Met het weer veranderen ook de buitenactiviteiten van de Noren. Zo zijn in de sportwinkels de skispullen verhuisd naar het magazijn en vervangen door rijen glimmende fietsen, de buurman heeft zijn motorfiets  uit de opslag gehaald en zijn helmcamera voorzien van nieuwe batterijen en zo af en toe ruik je de geur van een barbecue.

Wij niet-Noren hebben gemengde gevoelens over deze wisseling van de jaargetijden. Kou is wel lekker en we waren net een beetje gewend geraakt aan de subarctische omstandigheden. Maar nee, nu moeten we het ineens doen met wegen die maanden achtereen gegeseld zijn door het weer en spijkerbanden en waar dientengevolge grote gaten in zitten. Waar geen gaten in de weg zijn gevallen, ligt een grijsbruine laag stof, die bij regen verandert in een vieze drab die zich vastzet op je auto. 

En los daarvan is het binnenkort gedaan met onze (linkse?) hobby: toerskiën. De tocht die we afgelopen zondag ondernamen zou zomaar de laatste van dit seizoen kunnen zijn geweest.

We hebben route 1 gevolgd.
Eelke en ik hadden allebei de hoogtemeters van de vorige tocht nog in de benen, dus we wilden -het was tenslotte ook nog eens eerste paasdag- een top doen die onder de duizend meter bleef: we besloten om Gråtinden te doen. Direct na de gekookte eitjes en de croissants pikten we Paul op (alles paste zowaar in de auto) om gedrieën naar het zuidelijke deel van Kvaløya te rijden.

De eerste meters op het pad langs het stroompje dat hier Storelva (de grote rivier) genoemd wordt, moesten de ski's op de rugzak, wat ons het aanzien gaf van geoefende alpinisten. Die illusie was meteen aan diggelen, toen twee Noren ons inhaalden. We stonden toen net een meter of vijftig op de ski's...
Paul en Eelke als ervaren ski mountaineers

Warm...


Paul dacht al, toen we hem voorstelden Gråtinden te doen, dat de aanloop door een stevige rij bomen ging. De sneeuw was nat, korrelig en bood weinig houvast, wat in combinatie met het op sommige plekken zeer dichtbegroeide bos leidde tot een lastig eerste stuk met vervelende Spitzkehren

Het stijgen ging dus wat minder soepel dan de vorige keer en elke keer dat Paul zijn GPS raadpleegde was de bereikte hoogte een kleine teleurstelling. Dat heeft er ook mee te maken dat je bij de vorm die de berg heeft onderweg niet kunt zien wat je eindpunt is. Je hebt dus niet iets waar je je makkelijk op kunt richten, want de donkere vlekken die je in de verte ziet, zouden even goed kiezels op 50 meter afstand als rotsblokken op 500 meter afstand zijn.



Rond 700 meter veranderde dat, toen we de top en de richel waar we overheen moesten konden zien. Met de top op een ruime kilometer afstand en 200 meter hoger een indrukwekkend uitzicht. Over die richel hadden we verschillende dingen gelezen en gezien. Sommigen beweerden dat het beter was om te voet over de bergrug te gaan en in een situatie met minder sneeuw kan ik me dat wel voorstellen. Aan de westkant van de rug is een diepe afgrond, aan de oostkant hingen brede corniches. In het kort komt het erop neer dat je een flink stuk uit de buurt blijft van beide kanten, zodat er op het smalste stuk een pad van ongeveer vijf meter breed overblijft.

Iets onder 700 meter

Op 707 meter



Direct voor de beklimming van de bergrug
Aan het begin van de bergrug kwamen we de Noren tegen die ons in het begin hadden ingehaald. Zij gingen alweer naar beneden. Precies dat was ik nog aan het overdenken, toen Paul me halverwege de toprug waarschuwde dat twee andere Noren ons op de hielen zaten. Alsof ze uit het niets waren gekomen. We zetten een sprintje in (en vertraagden dertig meter verder maar weer). Uiteindelijk haalden ze ons niet in, maar het scheelde niet veel.

Op de top had ik een brievenbus met een "topboek" waar je je naam in kunt schrijven verwacht, maar het was nergens te bekennen. Paul wist nog te vertellen dat er een bedrijf is dat zich op de nichemarkt van topboekbrievenbussen heeft gestort.

Samengesteld panoramabeeld. Klik voor groter.





Eelke slapper av 


Na een broodje, thee en chocola hebben zijn we naar beneden getoerd. De smalle richel was geen probleem, doordat de korrelige sneeuw zoveel afremde dat we geen bochtjes hoefden te draaien. Een laag nattige, korrelige sneeuw (pap, voor de kenners) skiet nogal anders dan verse poeder of een versgekamde piste. Bochten draaien is vrij zwaar, waardoor je al spierpijn hebt als je bij de boomgrens aankomt. 

Voordat we die boomgrens bereikten, wisten we al dat we niet precies dezelfde route terug konden nemen. Daarvoor stonden de bomen simpelweg te dicht op elkaar en gingen onze sporen door te lastig terrein. We kozen een andere lijn ongeveer honderd meter westelijker, waar op sommige stukken wel meer dan een meter ruimte tussen de bomen was. Tot een hoogte van ongeveer 50 meter ging dat best aardig, maar daarna moesten de ski's echt uit (hoewel Paul ze met succes even later weer aandeed op een plek waar ik dacht dat ik dat niet zou kunnen). Voordat we onbesneeuwd terrein bereikten zijn we tientallen keren gevallen, tot de liezen weggezakt en aan takken blijven hangen. Eelke heeft één keer met haar rechterbeen een minuut of vijf vastgezeten, toen ze tot boven haar knie wegzakte in de sneeuw.

Ondanks de zware, trage sneeuw en het weer dat een beetje tegenviel (er was ons een zonovergoten dag beloofd) was het toch een mooie tocht. Nog mooier was het dat Hanneke een grote pan curry (met blokjes koolraap/rutabaga/kålrot/kålrabi) had klaargemaakt, die door ons en twee andere gasten grondig geleegd werd. Het is ons helaas niet gelukt paaseieren te vinden op de top, maar een betere invulling van eerste paasdag kan ik me maar moeilijk voorstellen.
Onze route (met Pauls GPS)
Hoogteprofiel (met Pauls GPS)