Maar relativeren is een kunst
Dat de aarde in de laatste eeuw –en vooral in de laatste 20 jaar- opgewarmd is, lijkt evident. Sterker nog, dat de aarde de laatste 20 jaar warmer is geworden dan in de afgelopen 1000 jaar, leek sinds het verschijnen van het artikel met de hockeystickcurve (M. E. Mann et al. Nature 392, 779–787; 1998) ook bewezen, en dat die opwarming veroorzaakt werd door mensen was al snel de boodschap. Het belang van het artikel werd duidelijk toen het door de Intergovernmental Panel on Climate Change werd opgenomen in de rapportage (2001) waar het Kyoto-protocol op gebaseerd zou worden.

Direct vanaf het verschijnen van dit rapport ontstond veel commotie en kritiek op de methoden die Mann had gebruikt. Vooral McIntyre en McKitrick hadden zorgden voor veel ophef door te stellen dat Mann onvoldoende rekening hield met de warme Middeleeuwen en de daaropvolgende Kleine IJstijd. De boodschap van McIntyre en McKitrick (M&M) was dat het de afgelopen 20 haar misschien wel warmer geworden was, maar dat het onzin is dat de 20e eeuw de warmste was in het afgelopen millennium. Zij meenden dat de stijgende temperatuur meer een reboundeffect is van de Kleine IJstijd.

Met een rapport over de hockeystickcurve, verschenen op 22 juni jl., hoopt de US National Academy of Sciences (NAS) een eind te maken aan de controverse over de bevindingen van Mann et al. Kortweg komt het erop neer dat de NAS de resultaten van Mann steunt (artikel in Nature), voorzover het gaat om de grafiek vanaf 1600. De NAS vindt dat er in het oorspronkelijke artikel wel meer melding gemaakt had moeten worden over de onzekerheid van de temperatuur tussen 900 en 1600 AD.
Deze conclusie, hoewel zeer wetenschappelijk, laat de twijfel over de correctheid van de hockeystickcurve volledig bestaan, en daarmee het weinig uniforme wereldklimaatbeleid. Waar het echt om draait is immers niet óf de aarde opwarmt, maar of wij dat veroorzaken.
Dat de aarde in de laatste eeuw –en vooral in de laatste 20 jaar- opgewarmd is, lijkt evident. Sterker nog, dat de aarde de laatste 20 jaar warmer is geworden dan in de afgelopen 1000 jaar, leek sinds het verschijnen van het artikel met de hockeystickcurve (M. E. Mann et al. Nature 392, 779–787; 1998) ook bewezen, en dat die opwarming veroorzaakt werd door mensen was al snel de boodschap. Het belang van het artikel werd duidelijk toen het door de Intergovernmental Panel on Climate Change werd opgenomen in de rapportage (2001) waar het Kyoto-protocol op gebaseerd zou worden.

Direct vanaf het verschijnen van dit rapport ontstond veel commotie en kritiek op de methoden die Mann had gebruikt. Vooral McIntyre en McKitrick hadden zorgden voor veel ophef door te stellen dat Mann onvoldoende rekening hield met de warme Middeleeuwen en de daaropvolgende Kleine IJstijd. De boodschap van McIntyre en McKitrick (M&M) was dat het de afgelopen 20 haar misschien wel warmer geworden was, maar dat het onzin is dat de 20e eeuw de warmste was in het afgelopen millennium. Zij meenden dat de stijgende temperatuur meer een reboundeffect is van de Kleine IJstijd.

Met een rapport over de hockeystickcurve, verschenen op 22 juni jl., hoopt de US National Academy of Sciences (NAS) een eind te maken aan de controverse over de bevindingen van Mann et al. Kortweg komt het erop neer dat de NAS de resultaten van Mann steunt (artikel in Nature), voorzover het gaat om de grafiek vanaf 1600. De NAS vindt dat er in het oorspronkelijke artikel wel meer melding gemaakt had moeten worden over de onzekerheid van de temperatuur tussen 900 en 1600 AD.
Deze conclusie, hoewel zeer wetenschappelijk, laat de twijfel over de correctheid van de hockeystickcurve volledig bestaan, en daarmee het weinig uniforme wereldklimaatbeleid. Waar het echt om draait is immers niet óf de aarde opwarmt, maar of wij dat veroorzaken.