dinsdag 1 mei 2012

Whiteout! Avondtocht naar Steinskardtinden (817m.)

Omdat de weersverwachtingen er voor het afgelopen weekend en de komende week nogal treurig uitzagen, gingen Paul en ik (Eelke was in Nederland) afgelopen vrijdag een korte avondtocht maken naar Steinskardtinden. Alweer een berg bij Kattfjordeidet, dus ik zal de beschrijvingen van dat gebied eens achterwege laten.

De start van de tocht begint op ongeveer 160 meter boven zeeniveau, dus de nettoklim naar Steinskardtinden is minder dan 660 meter, perfect voor een kort uitje. Helaas was het voordat we in de auto stapten al begonnen met regenen, niet echt mooi skiweer. Bij de startplaats aangekomen, was de regen grotendeels verdwenen. Het volgende probleem diende zich echter alweer aan: het kostte aardig wat moeite om van de weg af te komen, omdat die weg bijna twee meter lager lag dan het veld waar we overheen moesten skiën. De schoenen in de sneeuwmuur trappen en omhoog klimmen lukte niet, doordat de schoenen in de lentesneeuw wegzakten. De stokken als ijsbijlen gebruiken had ook weinig succes, want de punten hadden geen grip. Na een paar aanlopen, sprongen en wat geklauter lukte het ons eindelijk om op de sneeuw te komen.

Eerste obstakel: sneeuw


Rendieren


Na het veld (vals plat) van ongeveer een halve kilometer kwam de berg uit de aarde gezet. Vrijwel meteen moesten we zigzaggend omhoog. We vervolgden de weg door de uitgesleten bedding van een bergstroompje, een flinke halfpipe van 50 meter in doorsnede. Rond 700 meter vlakte de berg af en zonder veel moeite bereikten we de top, waar het inmiddels flink waaide. Om beschutting tegen de wind te zoeken, wilden we achter de de heuvel waar het steenmannetje stond gaan zitten. Vervelend genoeg waren daar meer gele plekken dan witte, kennelijk is de Steinskardtind een bekende hondenuitlaatplaats.



U, trouwe close-reader van dit weblog, heeft natuurlijk gemerkt dat ik eerder schreef dat het regende. Welnu, die regen moet toch ergens vandaan komen en meestal is het zo dat als je een berg opwandelt, je dichter bij de bron komt. In ons geval kwam de bron juist naar ons. Nog geen tien minuten nadat we eindelijk een smetteloos plekje hadden gevonden om ons te zetelen, verdween ons uitzicht in de wolken die zich om ons heen hadden opgebouwd. Eerst verdween Lille-Blåmannen/Stålhovet (500 meter van ons af), maar konden we Ersfjord (aan de andere kant) nog wel zien. Vervolgens vervaagde de rotspunt tussen Stålhovet en ons in (50 meter afstand), todat er niets van overbleef. Licht onbehaaglijk werd het, toen we ook aan de noordkant (de weg terug) niets meer konden zien en alles -lucht en bodem, onder en boven, links en rechts- dezelfde tint lichtgrijs werd. 

Whiteout
Gevangen zitten in een whiteout kan tot flinke angstgevoelens leiden. Alle oriëntatie verdwijnt en als je niet beter zou weten, vrees je dat elke stap die je zet een stap over de rand is. Elke onregelmatigheid onder je voeten start een nieuwe schrikreactie en als je in dat grijzige in de verte die ene bekende rotsformatie denkt te zien, blijkt dat natuurlijk gewoon een steen op één meter afstand. Een gevoel van vervreemding maakt zich van je meester, waardoor je je voelt krimpen in de omgeving die juist oneindig groeit. Een heel onwerkelijk, bijna delirant gevoel. Tenminste, dat zou allemaal kunnen zijn, als je niet kalm blijft en vertrouwt op de elektronische broodkruimels van de gps.

We wilden nu snel naar beneden, omdat wachten op opklaringen ook anders zou kunnen lopen. Nu hadden konden we elkaar in ieder geval nog zien. Van de heenweg wisten we hoe het terrein in elkaar zat en dat we, als we de tracks in de gps zouden volgen, geen rare terreinfeatures moesten verwachten. Om er toch zeker van te zijn dat we niet door hobbels of kuilen verrast zouden worden, zijn we de eerste honderd hoogtemeters naar beneden gerutscht. In zo'n situatie blijkt hoeveel je tijdens skiën laat afhangen van wat je ziet.

Rond 700 meter kwamen we uit de wolken. Ondertussen kwamen twee andere skiërs juist naar boven. We zagen de voorste door de nevel gefagocyteerd worden. Misschien hadden ze wel ruzie; de voorste bleef koppig een hoog tempo aanhouden, terwijl de achterste mokkend bleef hangen. Zou de voorste over 'zijn eigen schaduw heenstappen' en wel inhouden zodra hij merkt dat zijn volger hem niet meer ziet, of is hij voor zichzelf tot de conclusie gekomen dat "ze het maar uitzoekt"?

Daar konden wij ons uiteraard niet meer mee bezighouden. Ondanks het gebrek aan contrast, was de weg naar beneden heerlijk te skiën. Toen we wegreden keken we ervan op dat het pas half tien was. We hadden  minder dan tweeënhalf uur over de hele tocht gedaan, inclusief pauze. Uit de gps-gegevens bleek later dat we de 660 meter in 1:20 uur hadden gedaan, of gemiddeld 495 meter per uur. Een stuk sneller dan normaal (400 meter per uur).