Helaas duurde het mooie weer van afgelopen woensdag maar kort. Terwijl Roy
aan het genieten is van het heerlijke zomerse zonnetje in Nederland, zat ik nog
altijd vast in de regen en kou. Het begon me aardig te vervelen en ik begon al
uitvluchten te zoeken om aan dit weer te ontsnappen. Dat ik niet de enige was
bleek al snel toen Paul met een ontsnappingsplan kwam: een huttentocht in
Reisadalen.
Hanneke voorzag ons van een uitgebreid plaatselijk (en
redelijk goed) weerbericht, en dus gingen we op pad. Twee pontjes en 4 uur
rijden verder kwamen we op een klein hobbelig zandpaadje uit. Paul
manoeuvreerde de auto kundig tussen de gaten en scherpe stenen door, tot we aan
het einde kwamen. Hier moesten we onze auto achterlaten, en de weg te voet
verder afleggen.
We hadden geluk, want er was een gemarkeerd wandelpad dat ons
tussen de bomen en de beekjes door loodste. Althans, meestal, want soms was het
pad volledig overspoeld door smeltwater en moesten we ons geluk wat hogerop
zoeken om ons daarna weer terug naar het wandelpad te begeven.
Het ging erg
voorspoedig en we kwamen interessante dingen tegen: vreemde harenballen in de
bomen, wild omgevallen bomen inclusief wortels en gekke paddenstoelen die zo
hard waren als steen. Dit beloofde veel voor de rest van de tocht.
Aangezien de sneeuw hier nog volop aan het smelten
was, waren de riviertjes soms moeilijk te doorkruisen, maar na wat speurwerk
slaagden we er altijd wel in om een geschikte plek te vinden.
Na 2 uur hiken, hielden we pauze bij een (gesloten)
hut. Hier zagen we al dat het pad verderop volledig overstroomd was met water.
We moesten dus opnieuw de bergen in om droge voeten te houden. Dit bleek echter
niet heel gemakkelijk, want het was behoorlijk steil. Maar na nog zo’n 2 uur
hiken kwamen we een serieus probleem tegen: een waterval… Dit was de grootste
waterval van het gebied en het water stroomde dan ook met een enorme kracht
naar beneden. Het was onmogelijk om deze rivier over te steken. We besloten dus
opnieuw verder omhoog te klimmen, in de hoop dat de stroom daar minder sterk
zou worden, zodat we hem alsnog konden doorkruisen. Het was een geweldige klim
langs de knetterende waterval, echt fantastisch, wat een geweld! Maar we hadden
geen geluk… De waterval werd er niet minder krachtig op en er leek geen eind aan
te komen. Het was gewoon onmogelijk om de rivier zonder gevaar over te steken.
Uiteindelijk moesten we ons verlies nemen. Er zouden nog meer watervallen komen
voor we onze hut zouden bereiken. Het was al 6 uur en we waren pas halverwege,
de tijd begon te dringen. We besloten om te keren en terug te gaan naar de
auto.
De terugweg legden we deze keer af bovenop de berg. Op
die manier zouden we alle overstroomde stukken mislopen. We raakten al getraind
in het overspringen van de watertjes en alles ging voospoedig. Tot we bij een
groter beekje kwamen. Paul haalde wat acrobatenkunsten uit en slingertje kundig
via een boomstam naar de overkant. Nu ik nog… Zijn actie leek me niet echt
veilig voor een klein meisje, en dus besloot ik opnieuw de stroom omhoog te lopen
naar een betere locatie. Die er gelukkig was.
Maar bij het volgende obstakel had ik minder geluk.
Opnieuw ging Paul me voor en sprong via gladden stenen naar de overkant. Ik was
het beu om wederom naar een plek op zoek te gaan en besloot mijn twijfel deze
keer ook opzij te zetten. Paul vond een lange boomstam die me extra steun gaf,
maar het mocht niet baten. Na de eerste stap verloor ik mijn evenwicht waardoor
ik linea recta in het water belandde: nat! Het was verschrikkelijk koud en mijn
schoenen en sokken waren zeiknat. Maar gelukkig waren mijn jas en rugzak droog
gebleven. Het enige wat ik kon doen was dapper doorwandelen met natte voeten.
En dat gebeurde dan ook. Na ongeveer 2 uur wandelen, en even dineren onderweg,
bereikten we eindelijk de auto. In totaal hebben we 15 kilometer afgelegd.
Exact dezelfde afstand als het naar de hut geweest zou zijn.
Teleurgesteld, maar toch voldaan reden we de 4 uur
weer naar huis.Onderweg (met de middernachtzon) werden we nog verblijd met
witte konijnen, rendieren (veilig op een veld deze keer) en een vos. En bijna
een meeuw op de ruit...
Het was de hele dag droog gebleven (op mijn slippertje
na dan) en het zonnetje had zelfs ook geschenen. Onze ontsnappingspoging was
dus geslaagd! Misschien hebben we ons doel niet gehaald, maar als ik van
tevoren had geweten dat we deze tocht gingen maken, dan had ik het zeker ook
gedaan. Die waterval was gewoon verschrikkelijk gaaf!













