Alweer een maand geleden waren we in Brixen im Thale (Oostenrijk) voor de jaarlijkse skivakantie met Eelkes familie. De markantste -en hoogste- berg van het skigebied is de Hohe Salve, die ons al langer uitdaagde om de berg eens zonder lift op te gaan.
Omdat het voor ons een bekend skigebied is en we elke mogelijkheid om een skitoer te maken aangrijpen, hadden we al ruim voor vertrek naar Oostenrijk twee skiroutes gepland: een korte naar de Brechhorn (buiten het gebied) en een lange van ons huisje naar de Hohe Salve. We moesten daarvoor wel onze eigen ski's meenemen, wat met het vliegtuig aardig wat gehannes oplevert.
We hadden de tochten op maandag en woensdag gepland, de andere dagen wilden we gewoon cruisen op de piste. Ik kwam er al vrij snel achter dat cruisen op de piste met mijn brede ski's (100 mm onder de voet) niet echt mogelijk was. De ski's op de kanten zetten om een bocht te maken kost veel meer moeite (een gewone carvebocht is daarbij niet mogelijk) waardoor ik na een simpel dagje pisteskiën al spierpijn in mijn bovenbenen had. Eelke had daar met haar iets smallere ski's (90 mm) gelukkig minder last van.
De maandag dat we de Brechhornroute zouden doen was het weer net als de zondag ervoor: bewolkt tot in de dalen. Op de piste moesten we bij vlagen van paaltje naar paaltje skiën, maar we hoopten dat de bewolking op zou lossen gedurende de middag. Toen we nog maar een half uur off piste aan het klimmen waren en de bewolking alleen maar dikker leek te worden, zijn we -het Noorse spreekwoord ''det er ingen skam å snu" indachtig- omgekeerd, nadat we een paar plekken waren tegengekomen die op de terugweg (dalend dus) mogelijk gevaarlijk zouden zijn.
Niet alleen het slechte zicht zorgde ervoor dat we voorzichtig omgingen met onze toerplannen, ook het lawinerisico (de hele week Stufe 3, ik neem aan dat onze lezers tegenwoordig bekend zijn met deze terminologie) was een beperkende factor. De sneeuwlaagopbouw in Brixen was door de diepterijp inherent zwak, zeker met het enorme pak sneeuw dat erbovenop kwam te liggen. Om de Hohe Salve-tocht met succes te kunnen voltooien, hebben we daarom op dinsdag -pisteskiënd- goed gekeken of de route die we hadden uitgezet haalbaar was. Vooral de laatste 200 hoogtemeters (waar het steile stuk van de Hohe Salve begint) waren ingewikkeld: steil en met kunstmatig opgewekte lawines langs de zuidwest- en oostkant.
Samen met Froukje (op sneeuwschoenen) begonnen we woensdagochtend vanaf het basiskamp (Haus Jolles, 800 m.) om acht uur aan de beklimming via de zwarte piste die langs het huisje loopt. Het eerste stuk ging prima, totdat we bij het steilste stuk van die piste kwamen. De tanden van Froukjes sneeuwschoenen grepen mooi in de gekamde sneeuw, maar onze stijgvellen hadden zowel op de piste als ernaast (verspoorde, gladde crud) geen grip. Terwijl Froukje het steile stuk al gehad had, moesten wij met de ski's op de rugzak stap voor stap door de diepe sneeuw naar boven. Elke stap dertig centimeter omhoog, vijftien omlaag, we waren al uitgeput voordat we goed en wel begonnen waren.
Na zeventig hoogtemeters met de ski's op de rug, gingen we van de piste af en kwamen we in terrein met poedersneeuw. Hier had Froukje het moeilijker, want waar wij met gemak zigzaggend de steile helling opklommen, zakte zij verder weg en vanwege de vorm van de sneeuwschoenen was het traverseren voor haar lastig. Op een hoogte van 1200 meter namen we de eerste korte pauze bij een klein boerenschuurtje. Hierna was het nog een klein stukje steil omhoog tussen wat bomen door, tot aan een duidelijk vlakker stuk, waar het voor ons alledrie makkelijk lopen was. Rond 1600 meter, met het einddoel in zicht, namen we de tweede pauze.
Vanaf dat punt was het nog maar ongveer 230 meter omhoog, maar de laatste tweehonderd hoogtemeters gingen over de zuidflank van de berg, vlak naast een zwarte piste. Steil omhoog, door wederom verspoorde crud/crust, waardoor Eelke en ik al snel de ski's op de rugzak moesten binden. Froukje stiefelde ondertussen met een jaloersmakende snelheid over de piste omhoog. En wij maar afzien. Doordat we elke stap weer de helft van de hoogte wegzakten, is het volgens mij niet onredelijk te zeggen dat we dat stuk twee keer hebben beklommen.
Bovenop de berg stond een deel van de familie al te wachten. Bart bleef maar zwaaien en foto's maken. Tegen onze aard in hebben we niet teruggezwaaid. Geen zin in. Twintig stappen, tien seconden staan en herhalen tot bovenaan. Eelke klom een meter of dertig onder mij en bleef vlak onder de top nog even wachten, omdat ze haar moeder de kans wilde geven haar te zien aankomen. Die had aan de ander kant van de berg, waar de gondel aankomt, vertraging opgelopen doordat ze de kinderwagen van neefje Q. niet goed naar boven kon krijgen.Na aankomst aten we in het restaurant op de top van de Hohe Salve. Vettige Tiroler Gröstl en een groot glas spezi vulden onze afgeslankte reserves aan. Na het eten pakten we, terwijl de rest nog een middagje op de latten bleef staan, de kortste route naar huis: de zwarte dalafdaling die weer uitkwam bij ons beginpunt. Na een warm bad hebben we de rest van de dag roezig in het huisje rondgehangen.


















