Elke zomer is anders. Twee jaar geleden beklommen we allerlei bergen in de omgeving en vorig jaar zaten we een maand lang in de auto, trekkend door in totaal acht landen. Dit jaar doen we het, na een moeilijke tijd, even wat rustiger aan.
In plaats van de bergtochten hebben we dit jaar eens wat geprobeerd te fietsen. Ik heb zelf aardig wat ervaring met lange dagen fietsen door drie lange fietsvakanties, maar Noorwegen is een heel ander land om in te fietsen dan bijvoorbeeld Duitsland. Het leek ons daarom een goed idee om niet meteen een rondje Sommarøy van 132 kilometer te rijden, maar eerst eens op kleinere stukken de wegen aan te voelen.
Ersfjordbotn
![]() |
| Linksboven tocht 1, midden toch 3, rechtsonder tocht 2 |
Op Eelkes verjaardag fietsten we naar Ersfjordbotn. Het eerste stuk daarheen is geen probleem: over een zijpad van de Lysløype reden we richting de universiteit, klommen een klein stukje om vervolgens twee kilometer lang te dalen. Langs het vliegveld, om daarna de Kvaløysundbrug over te buffelen. Eenmaal op Kvaløya was de wind wat opgekomen, waardoor het fiks trappen was. Langs de Kaldfjord fietsend (met uitzicht op Buren en Store Blåmannen) viel vooral op dat het water azuurgekleurd was. In combinatie met de stralende zon leek het er even op dat we langs de Middellandse Zee fietsten. Later lazen we dat deze kleur veroorzaakt werd door de snelle groei van kalkflagellaten.
Na een uurtje fietsen kwamen we bij het haventje van Ersfjordbotn aan. Daar aten we aan het water een stukje taart om een kwartiertje later weer terug te rijden. Op de terugweg hadden we de wind in de rug, dus met een rotvaart kwamen we aan bij het laatste stuk: twee kilometer lang omhoog, langs de universiteit en weer over het bospad omhoog naar huis.
We vonden dat we wel een flinke maaltijd verdiend hadden, dus we pakten de bus naar de stad om daar Eelkes lievelingsmaaltje (het was tenslotte haar verjaardag) te eten: spare ribs. Om de dag helemaal mooi af te sluiten, trakteerde ik Eelke hierna op een cocktail in het Ricahotel, waar het uitzicht (op de Tromsøsund) misschien nog wel beter was dan de cocktail.
Na een uurtje fietsen kwamen we bij het haventje van Ersfjordbotn aan. Daar aten we aan het water een stukje taart om een kwartiertje later weer terug te rijden. Op de terugweg hadden we de wind in de rug, dus met een rotvaart kwamen we aan bij het laatste stuk: twee kilometer lang omhoog, langs de universiteit en weer over het bospad omhoog naar huis.
We vonden dat we wel een flinke maaltijd verdiend hadden, dus we pakten de bus naar de stad om daar Eelkes lievelingsmaaltje (het was tenslotte haar verjaardag) te eten: spare ribs. Om de dag helemaal mooi af te sluiten, trakteerde ik Eelke hierna op een cocktail in het Ricahotel, waar het uitzicht (op de Tromsøsund) misschien nog wel beter was dan de cocktail.
Laksvatn
Een ruime week later gooiden we de fietsen achterin de auto voor de tweede tocht. Deze zou met 55 kilometer iets langer worden en bovendien zagen we op de kaart dat er nog een colletje van de derde categorie in zat. Bij Laksvatn parkeerden we de auto en maakten we de fietsen gereed. Na een kilometer of twee namen we de eerste pauze om aan het meer te lunchen. We hadden ooit de zeer bruikbare tip gehad om thuis worstjes te verwarmen en ze mee te nemen in een thermosfles. Warme worst op zelfgebakken witte puntjes, veel beter wordt het niet.
Na de pauze fietsten we naar en vervolgens langs de Sørfjord, op een weg die nergens vlak was, waardoor we ook geen gelijkmatige snelheid konden aanhouden. Omhoog, omlaag, omhoog, omlaag en zo verder. Bij Lakselvbukt gingen we het Lakselvdal in. Weer stijgen en dalen, totdat we uitkwamen rond 100 meter boven zeeniveau. Daar begonnen we aan een laatste forse klim tot een meter of 250. De beloning voor deze klim kwam in de vorm van rond de twee kilometer dalen. De helling van tien procent nodigde uit tot flinke snelheden, maar de veeroosters, scheuren in de weg en smalle bochtjes beteugelden onze snelheidslust.
We kwamen met een vaartje van 60 per uur aan bij het kalme water van de Balsfjord, vanwaar we nog een ruime tien kilometer terug naar de auto moesten. Omdat de zon toch volop scheen, hebben we nog maar een pauze gehouden aan het water.
We kwamen met een vaartje van 60 per uur aan bij het kalme water van de Balsfjord, vanwaar we nog een ruime tien kilometer terug naar de auto moesten. Omdat de zon toch volop scheen, hebben we nog maar een pauze gehouden aan het water.
Malangen
Het laatste stuk dat we gereden hebben was op Malangen, een mooi schiereiland waar we in de winter al eens geweest waren om Bentsjordtinden te beklimmen. We hadden een rondje gepland van 85 kilometer. We parkeerden de auto bij het schooltje van Vikran en van daar vertrokken we in westelijke richting. Nog meer dan bij Laksvatn ging de weg langs het water omhoog en omlaag. Voor de mensen die nog nooit gefietst hebben: dat heft elkaar absoluut niet op...
Na een uurtje namen we een pauze op misschien wel het mooiste punt op de route. We zaten op een grote rotspartij met uitzicht op een paar bergtoppen van Senja. Na de broodjes worst reden we verder zuidwaarts tot de volgende stopplek vlak voordat we dwars over het eiland zouden moeten. Ook die stopplek was idyllisch: de fjord was daar zo versmald en bochtig en er stonden zo veel naaldbomen omheen, dat het net leek alsof we aan een Zweeds meer bivakkeerden.
Na een uurtje namen we een pauze op misschien wel het mooiste punt op de route. We zaten op een grote rotspartij met uitzicht op een paar bergtoppen van Senja. Na de broodjes worst reden we verder zuidwaarts tot de volgende stopplek vlak voordat we dwars over het eiland zouden moeten. Ook die stopplek was idyllisch: de fjord was daar zo versmald en bochtig en er stonden zo veel naaldbomen omheen, dat het net leek alsof we aan een Zweeds meer bivakkeerden.
Nu dwars over het eiland. Hoewel niet verschrikkelijk hoog, is dit soort klimmetjes nooit heel mild, de hellingen zijn rond de 10%. Ik was al een week flink verkouden geweest, dus ik kreeg het moeilijk. Op een vlakte na het hoogste punt, waar de wind ons te pakken kreeg, moest ik zelfs achter Eelke duiken. De beloning naar beneden was bijna vier kilometer lang, maar de weg was zo slecht, dat die net zo goed onverhard had kunnen zijn.
Inmiddels aan de oostkant van het schiereiland namen we nog een keer pauze om te kunnen genieten van het uitzicht naar een paar Lyngentoppen. Nu nog twintig kilometer, maar mijn zieke benen hielden ermee op. Kramp, op elk lullig heuveltje stond ik geparkeerd en er was ook nog eens een aardig windje gaan waaien. Eelke, die normaal van elke twintig kilometer er vijf op kop doet, heeft me nu een uur achter elkaar uit de wind gehouden. Luxeknecht.
Inmiddels aan de oostkant van het schiereiland namen we nog een keer pauze om te kunnen genieten van het uitzicht naar een paar Lyngentoppen. Nu nog twintig kilometer, maar mijn zieke benen hielden ermee op. Kramp, op elk lullig heuveltje stond ik geparkeerd en er was ook nog eens een aardig windje gaan waaien. Eelke, die normaal van elke twintig kilometer er vijf op kop doet, heeft me nu een uur achter elkaar uit de wind gehouden. Luxeknecht.






























